Boek 9, hoofdstuk 5
Het Koninkrijk van Hemel en aarde
Mens en samenleving tweevoudig geworteld
 

Inhoud

Voorwoord

1.
Het Ontredderde
Westen

2.
Variaties op Eenzelfde Thema:
Politieke Filosofie van Plato tot Bodin

3.
De Nieuwe Unie:
Historische

Achtergronden

4.
De Natuurlijke Socio-Politieke Orde volgens Johannes
Althusius

5.
Het Koninkrijk van Hemel en aarde

6.
Overleven

7.
De "Individuele" Strategie/Het Grote Leerproces

8.
De Collectieve Strategie

9.
De Europese Unie der Autonome Regio’s

10.
Vraag & Antwoord

11.
Literatuur

A.
Report van het WWF

B.
Burgers van de 21e eeuw

C.
De Europese Unie der Autonome Regio's

 

"Hemel" en aarde, de gezondenen en de samenleving in gesprek

1. In deze meest cruciale tijd zijn „Hemel" en aarde, de „gezondenen" (ieder verantwoordelijk mens) en de samenleving bij elkaar om samen de toestand in de wereld te bespreken. De „Hemel" als het Goddelijke (in een ieder en alles), het Grote Bewustzijn, Zelf ongeschapen als eerste emanatie voortkomende uit het Niets, de Oermoeder, het bodemloze VacuŁm; de aarde als de zo magnifieke maar tevens bedreigde groene planeet, deel van het universum, „lichaam van God"; de „gezondenen" van "Hemel"   en aarde als de vele geroepenen, met tot slot de samenleving, de mensheid die zucht onder haar zelf-gecreŽerde collectieve ontworteling en zelfverslaving.

Ontworteld

En de volgende woorden kwamen uit zijn ondoorgrondelijke Stilte:

De „Hemel"

2. Verheug je, want ik ben je meer nabij dan je eigen huid. Zonder mijn ononderbroken Alomtegenwoordigheid zou niets ook maar een fractie van een seconde kunnen bestaan. Uit mij komt - zonder enige actieve scheppingsdaad - alles in hetzelfde Moment voort en keert in mij terug. Ik ben de Essentie van al-dat-is, ik sta altijd achter je. In mij ben je geborgen, ik ben je Thuis...dat je zelf bent.

De aarde

3. En de aarde sprak: zoals ik deel ben van het universum, ben jij deel van mij. In mij ben je ontstaan, opgegroeid en groot geworden. Vanaf het allereerste begin dronk je mijn melk en at je mijn brood. Ik geef je alles wat je nodig hebt: lucht om te ademen, water om te drinken, vuur om je te verwarmen en voedsel om te eten. Zonder mijn rijkdom, schoonheid en vreugde zou je bestaan geen leven zijn.

De samenleving

4. Wij kunnen dit zo niet zien. Als alles zo voor ons klaar zou liggen, waarom is het dan zo moeilijk te bereiken? Nog nooit hebben wij ons zo ingespannen. Hoezeer wij ook streven naar geluk, het glipt ons steeds weer uit de vingers.

De „Hemel"

5. Alles wat mij nabij is, wordt voortdurend door mij vernieuwd. Laat je het oude - je zelf - in mij sterven, word je voortdurend opnieuw geboren. Ik ben het Ware Leven. Verwijder je je echter van mij, je eigen dingen achterna, dan kan ik geen ingang meer in je vinden. Ofschoon ik er altijd voor je ben, heb jij mij de rug toegekeerd. Je tracht nu alles door eigen inspanning te bereiken. Echter zonder mijn Aanwezigheid is je moeite tevergeefs. Verval, ongeluk, ziekte en degeneratie zullen je deel zijn.

De aarde

6. Ik kan er niet bij hoe jullie in zo’n korte tijd mijn lichaam - jullie lichaam - zů hebben kunnen verzieken. Het doet mij pijn mijn schoonheid te zien veranderen in beton, chemisch drek, afval, ontbossing, verdwijning van soorten en erosie. O wees niet bezorgd: mijn krachten zijn onuitputtelijk. Na jullie zal ik herrijzen en leven geven aan andere schepsels. Ik ben echter in de korte tijd van jullie bestaan van jullie gaan houden. Ook jullie zijn mijn kinderen. Daarom hoop ik vurig, dat je - in je eigenbelang - je alsnog zult invoegen in mijn samenhang.

De gezondenen

7. Ons ongeluk begon toen onze wortels werden doorgesneden, ons in naam van „religie" de „Hemel" en de aarde afgenomen werden. Vervreemd van ons ware Zelf („Hemel") en geisoleerd van onze omgeving (aarde) waren wij op ons kleine zelf teruggeworpen. Niemand wist meer wie hij was, waar hij vandaan kwam en naartoe ging. Te lang leefden wij in duisternis, elkaar en de aarde meeslepend in onze val. Wij echter kennen onze afkomst, „Hemel" en aarde zijn ons Thuis, daarom weet ik dat wij gezonden zijn. Vandaar dat wij zeggen: Verheug je, want het Koninkrijk is gekomen.

"Gezondene" zijn is idioot; het niet te zijn is suÔcidaal

Binnen is buiten

De „Hemel"

8. En de „Hemel" sprak: Alles bevindt zich in ťťn ongedeelde ruimte. De zichtbare dingen zijn daarbij niets anders dan de neerslag van gedachten, ideeŽn, voorstellingen en verlangens. Het een verwijst direct naar het ander. Keer je je dus „naar binnen", kom je al de ongerijmdheden uit de buitenwereld tegen, net als je in de buitenwereld de ongerijmdheden van je innerlijk tegenkomt.

De aarde
9. En de aarde vulde aan: speciaal het „milieu" laat zien wie je werkelijk bent. Zij is de spiegel van je ziel. Ten eerste zit je voortdurend „in je hoofd", afgesneden van je lichaam en daardoor van je (natuurlijke) omgeving. Je hebt het gevoelscontakt verloren. En wat je niet voelt, dat raakt je niet. Bekommernis om de aarde staat dus ver van je af. Bovendien ben je vervreemd van je diepste innerlijk, je ware Zelf. Je bent zo op je kleine ik teruggeworpen, dat inzicht, liefde en kracht zijn verworden tot onwetendheid, zelfverslaving en onverschilligheid.

De samenleving
10. Wij hebben deze verhalen al vaker gehoord. Het punt is, dat ons dagelijks leven al zo gecompliceerd is, het zoveel moeite kost om ons hoofd boven water te houden, dat ons de energie ontbreekt om ook nog met zulke problemen bezig te zijn. Het milieuprobleem is trouwens een globaal probleem, dat door regeringen moet worden opgelost. Wij individuele mensen kunnen daar weinig uitrichten.

De gezondenen
11. Zie je dan niet, dat je in een vicieuze cirkel zit? Je bent op jezelf teruggeworpen, je moet „overleven", omdat je eerst zelf de banden met het leven hebt doorgesneden. Je hebt je eerst geisoleerd om dan vervolgens te proberen je alleen staande te houden. Je krijgt zo op je brood wat je zelf hebt veroorzaakt.

De kanker die wij zelf zijn

De „Hemel"

12. Met vreugde kijk ik naar het universum, mijn dierbare lichaam. Het komt zonder mijn toedoen uit mij voort en leidt zo tevens een eigen leven. Het kan zich ontwikkelen volgens zijn „eigen" wetten. Alles is deel van een grote samenhang waarin het Geheel meer is dan de som der delen. Optimaal ingepast-zijn in je direkte context is een teken van intelligentie. De meeste soorten - planten en dieren - zijn daarin hoog ontwikkeld. Alleen de mensheid is losgeraakt uit het verband, uit zijn voegen gebarsten.

De aarde

13. De mensheid is een kankergezwel dat zijn eigen lichaam vernietigt. Het vermenigvuldigt zichzelf dusdanig, dat er steeds minder ruimte is voor het leven waarvan hijzelf afhankelijk is. De samenhang is kapot aan het gaan, steeds meer vitale schakels verdwijnen.

De gezondenen

14. De ongebreidelde groei is de oorzaak van ons ongeluk. Wij zijn echter zelf die groei. Het gehele leven is ervan doortrokken. Van de overvloed in de supermarkt, de manager op weg naar het bureau, de dure hypotheek, ons gecompliceerde leven, de stille armen, de jaarlijkse groeicijfers, (electro)stress, crisis in het gezin, het nieuwste type auto, het tekort aan tijd, de toename van kanker en nieuwe ziekten, het steeds duurdere leven, de overmatige eisen van onze kinderen, onze slapeloze nachten, de stervende bomen, de overdadige luxe, de druk op het werk, de ratelende telefoon, de honger in de wereld, onze innerlijke onrust, de criminaliteit, de oncontroleerbare wetenschap en technologie, onze moeheid, de overal aanwezige reklame, onze eenzaamheid en de vergeefse jacht naar het geluk, het is allemaal onderdeel van ťťn systeem. Terwijl de kanker - het systeem - steeds verder uitdijdt, teert het lichaam - de aarde - steeds verder in. Totdat het uitgemergeld wordt achtergelaten, weggegooid als ieder ander wegwerpartikel, niet meer in staat zichzelf of ons te onderhouden.

De samenleving

15. Als we de moed opbrengen dit alles onder ogen te zien, is het misschien nog niet te laat. Maar we moeten het samen doen, alleen kan niemand het opbrengen, dat is zeker. Als (zelf)verslaafden zijn wij niet in staat ons aan onze eigen haren uit het moeras te trekken. Wij zijn zo onmachtig in onze eigenwijsheid, dat de noodzakelijke stappen steeds maar weer worden uitgesteld. Van onze leiders hoeven wij het ook niet te verwachten, die hebben immers als eersten belang bij het systeem dat hen verrijkt maar ons naar de afgrond voert.

Ommekeer

De „Hemel"

16. Eens in de zoveel tijd heb ik in mijn planning de mogelijkheid voor een fundamentele verandering ingebouwd. Ruim tweeduizend jaar heb ik de mensheid aan zijn lot overgelaten. Het is daarom tijd om in te grijpen. Zegt niet een universele wet, dat als de uiterste grens is bereikt, alles in zijn tegendeel zal omslaan? Welnu, je (zelfgecreŽerde) lijden is genoeg geweest. Jullie geven tekenen, dat je je les hebt geleerd.

De aarde

17. Het gaat om de balans. Waar jullie hoofd op hol is geraakt, moet je terug naar het lichaam. „Globalisering" prima (ofschoon een riskante onderneming...), maar alleen als je je tegelijkertijd opnieuw wortelt in de aarde, regionalisatie dus. De afhankelijkheid van internationale structuren - economisch en electronisch - is zů groot, dat een wereldwijde collaps alleen nog maar een kwestie van tijd lijkt. Herstel van de balans tussen ontworteling en verankering - een die nu ver te zoeken is - is daarom dringend geboden. Verder uitstel van radicale schaalverkleining, zelfbestuur en autarkie is tarten van de goden. ‹berhaupt ligt hier de kans om licht en duisternis, God en de natuur, man en vrouw, stad en platteland met elkaar te verzoenen. In plaats van strijd en conflict, vind je vreugde en vervulling in de elkaar aanvullende tegenstellingen binnen de context van het leven.

De gezondenen

18. Tot voor kort hadden wij alles uit handen gegeven. Onze ziel aan de kerk (of aan de „virtual reality"...), ons lichaam aan de medische wetenschap, ons gezin aan de desintegratie (of de sociale dienst), onze straat aan het geweld, onze wijk aan het verval en onze Regio aan de bureaucratie. Het is genoeg geweest. Het is NU tijd dat wij dit alles terugnemen.

De samenleving

19. Wij zijn onze groei, het teveel en de stress, hetgeen alle leven in de kiem smoort, zat. Is niet ophoping op alle gebied: spiritueel, psychologisch, lichamelijk, sociaal, economisch en politiek de oorzaak van onze individuele en collectieve crisis? Voor het te laat is, gooien wij HIER zelf het roer om. Als wij handelen in naam van „Hemel" en aarde, zal niemand ons tegen kunnen houden.

het grootste struikelblok op weg naar de Waarheid
is het opgeven van de leugen

De gezondenen

De „Hemel"

20. Een ieder die zijn ware afkomst kent, is een gezondene. Voeg je daarom in in „Hemel" en aarde en je zult weten wie je bent. Als je weer deel wordt van het Geheel, word je het Geheel-Zelf. Was je daarvoor nog klein en machteloos, ontvang je nu de hemelse volmacht. Wat let je nog. Het tijdperk van de „eniggeboren zoon" is over. Een ieder is een heilsbrenger, een kind van „Hemel" en aarde.

De aarde

21. Ook ik geef je mijn zegen. Herstel het gevoelscontakt met je lichaam en je direkte omgeving, is mijn eerste advies. Wanneer alles je even dierbaar wordt als jezelf, ben je opnieuw mijn held. Je zult moed vinden uit verbondenheid, kracht uit mededogen en wijsheid uit zelfopoffering. En elke keer dat je je te ruste begeeft, je je moede hoofd in mijn schoot legt, ben ik er voor je.

De samenleving

22. Uit al onze gelederen komen de besten tevoorschijn. Zij zijn geworteld in „Hemel" en in aarde, zij leven onbaatzuchtig vanuit het Hart (Zelf). Hoe dom dat wij ze nooit (h)erkend hebben. Hun missie is onze missie, hun opdracht de onze: het redden van de aarde. De teerling is geworpen.

Zelfsoevereiniteit

De „Hemel"

23. Jullie staan nu voor de beslissing: Heb je de moed je vervreemding (pijnlijk) onder ogen te zien? Zoek je daarom het tweevoudig geworteld-zijn in „Hemel" en aarde met je Zelf als nieuwe geboorte, of blijf je genoegzaam zitten in je oude „kleine ik?" Waarderen jullie jezelf op, is alles in Essentie Goddelijk of is niets het. Heb je gekozen voor de opgaande of de neergaande lijn? Kies je voor het eerste, dan heb je hierbij je Zelfsoevereiniteit uitgeroepen. Je mandaat is heden ingegaan.

De aarde

24. Alle huidige heersers ontlenen hun soevereiniteit feitelijk „aan het volk". Van vorstelijke uitbuiters verwerden zij in de loop der tijd tot gewone belangenbehartigers. Het zijn echter de belangen van een systeem van zelfzucht respectievelijk van collectieve verslaving, hetgeen jullie nu snel verder naar de afgrond voert. Mandaat „van het volk" blijkt niet meer in het belang van datzelfde volk te zijn. Een ingrijpen van „hogerhand" is noodzakelijk: de Zelfsoevereiniteit, het mandaat van „Hemel" en aarde voor een ieder die zich onvoorwaardelijk in hun dienst stelt.

De gezondenen

25. Ieder mens die zich invoegt in „Hemel" en aarde, komt in zijn midden, het ware Zelf. In plaats van in zijn kleine ik leeft hij of zij nu naar, in en vanuit zijn Essentie, zijn goddelijke Vonk. Er heeft een fundamentele identiteitssprong plaatsgevonden. Terwijl het ware Zelf in functie staat van „Hemel" en aarde, staat het kleine ik op zijn beurt voortaan in dienst van het Zelf. Het individu dat (vanuit zijn Wezen) daarom de hoogste soeverein is. De vervreemding, de zelfbetrokkenheid en daarmee de wildgroei zijn erdoor opgeheven. Alles is nu geintegreerd. Ware vrijheid - jeZelf-zijn in verbondenheid - is het hoogste goed geworden.

26. Ieder gezin, iedere leefgroep, straat, iedere buurt, iedere wijk, gemeente of Regio...ieder volk, dat zich invoegt in „Hemel" en aarde is Zelfsoeverein. „Hemel" en aarde geven je hiervoor het mandaat. Het omvat alle vrijheden, bevoegdheden en functies, rechten en plichten, die op de respectievelijke niveau’s aan zich getrokken kunnen worden, te beginnen bij het individu. Het individu beslist in vrijheid welke talenten hij of zij in dienst van de gemeenschap wil stellen. Vervolgens definieert en claimt het gezin (leefgroep) zijn bevoegdheden, dan de straat, de buurt, de wijk, de gemeente en de Regio. Geen enkele „hogere" instantie die daar intervenieert. Alleen wat men zelf niet kan verwerkelijken of uitvoeren, daarvoor wordt samenwerking met het „hogere" echelon gezocht. Dus wat jezelf niet aankan, wordt door het gezin gedaan. Wat het gezin niet kan uitvoeren, gebeurt door de straat, wat de straat niet kan verwerkelijken wordt aan de buurt gedelegeerd, die zich vervolgens integreert in de wijk, deze in de gemeente, die op zijn beurt op de Regio terugvalt. Het proces is inclusief, niemand - werknemers, senioren, alleenstaanden, huisvrouwen, bijstandsmoeders, kunstenaars, managers, allochtonen, werkelozen, vrije beroepen, leraren, ambtenaren, directeuren, de middenstand, boeren en studenten - wordt buitengesloten. En zie: door zo te doen nemen we het leven weer in eigen hand. En je zult het misschien niet geloven: Ook de „grote" problemen - volksgezondheid, veiligheid, milieu, sociale desintegratie, de catastrophe van de opvoeding, de zinloosheid, het racisme, de wetenschappelijke, technologische en economische dominantie - zij zullen op deze wijze alle worden opgelost.

De samenleving

27. We hebben het goed verstaan. Alleen omdat je je weet in te voegen, ben je Zelfsoeverein. Juist omdat je deel bent van het Geheel, stromen de kwaliteiten van dat Geheel - inzicht, liefde en kracht - in je over, ben je meer dan je (kleine) ik. De marktkoopman of wie dan ook, is daarom meer soeverein dan de heersende kliek. Ons Zelfrespekt en waardigheid zijn erdoor hersteld. Zo’n perspektief hebben wij als samenleving nog niet gehad. Wat een vreugde, wat een dankbaarheid. Volk, ontwaakt daarom uit je slaap, sta op uit je verdoving. Het Nieuwe Rijk - het Rijk van „Hemel" en aarde - is gekomen.

Het Koninkrijk van Hemel en aarde

De „Hemel"

28. Jullie hebben je Koninkrijk gesticht en ik zie dat het goed is. De aarde en ik zijn de maat der dingen. Richt je leven in overeenkomstig je diepste verlangen, hetgeen identiek is met onze wens. Geef het „Zijn" de leiding over „hebben", laat actie komen uit de Stilte, doe vanuit niet-doen.

De aarde

29. De paradox is deze: ware vernieuwing vindt uitsluitend plaats door terug te gaan naar de Bron. Het is het „reculer pour mieux sauter". Mijn samenhang, de samenhang van het „grote lichaam" is zichtbaar en concreet. Respekteer het leven door er deel van te zijn, laat alles opnieuw „groen" worden: Je lichaam, je kleding, je voedsel, je huishouding, je omgeving, je werk, ja de gehele aarde. Balans, voorspoed, verbondenheid, geluk, schoonheid, gezondheid en een lang leven, zij zullen je allen toevallen.

De gezondenen

30. Het mandaat is eeuwig, daarom ook ons Rijk. Wat kan er buiten „Hemel" en aarde immers nog gedijen? De gedaanten zullen veranderen, de Essentie echter nooit. Het tijdeloze werk, het werk van het Hier en Nu is begonnen. Hetzelfde werk waar onze kinderen en hun kinderen op voort kunnen bouwen. De glimlach van de „Hemel" en de geborgenheid van de aarde staan er borg voor. Dat wij ons mandaat waar mogen maken, daartoe helpe ons „Hemel" en aarde.

De samenleving

31. Wij loven en prijzen „Hemel" en aarde, onze heilsbrengers en het Koninkrijk. Een nieuwe geest heeft ons bevangen. Plotseling voelen wij zoals wij nog niet gevoeld hebben, spreken wij zoals wij nog niet gesproken hebben met een onbevangenheid die wij niet kenden. Als „vanzelf" beoefenen wij het tweevoudig geworteld-zijn in „Hemel" en aarde als onze dagelijkse spirituele praktijk. Onbevreesd treden wij vervolgens naar buiten, het „ontwaakt" roepend naar alle richtingen. De lichtheid van het bestaan, waardoor geen werk te zwaar is en geen opdracht te groot, doet ons keer op keer weer verwonderd staan. We voelen ons gegrepen door iets dat niet te vatten is. Iets wat ons onze rechtmatige plaats in de wereld teruggegeven heeft. Het is het herstel van de eenheid met onsZelf, ons lichaam en de natuur, onze psyche en de medemens, alles in overgave aan het Uiteindelijke. Nooit kunnen we hier dankbaar genoeg voor zijn.

Bezinning

De „Hemel"

32. Het leven is geen zoektocht, het is geen object, het is groter dan jij. Leven is je ontsluiten voor de Werkelijkheid, de overvloed in en om je heen. Zie je dat in, dan gaat er „een wereld voor je open".

De aarde

33. Het materialisme als het onvermogen om te ontvangen, is dat niet ironisch? Je eigen dingen najagen, zonder de rijkdom te zien die er reeds is. Het is als een vis op zoek naar het water. Omdat hij zijn idee van water najaagt, ziet hij het werkelijke water over het hoofd. Open je je echter voor de Werkelijkheid, valt de obscessie van je af. Voortdurend zoveel te ontvangen zonder er „iets voor te hoeven doen", dat had je nooit voor mogelijk gehouden.

De gezondenen

34. Je bent als een bloem die baadt in het zonlicht. Het zonlicht dat er altijd is. Daarom is „jezelf openen" vreugde. Het leidt naar dankbaarheid voor de overvloed, die voortdurend in je schoot valt. Dankbaarheid leidt vervolgens naar het dienen van de ander. Dat wat je geschonken krijgt, is immers veel te veel voor jezelf alleen. Vandaar dat je het voortdurend „terug wilt geven". Mensen die opengaan zijn daarom het doorgeefluik van het Oneindige.

De samenleving

35. Nu begrijpen wij de logica van „opengaan, vreugde, dankbaarheid en dien de ander" beter. Omdat we het nu van binnenuit kunnen ervaren. Daarvoor klonk het altijd zo „religieus". Dat komt, omdat de waarheid in het verleden systematisch misbruikt werd. Het werd je altijd „voorgehouden", zonder dat je het Zelf kon realiseren. Ontdoe je het echter van zijn bijsmaak, blijkt het gewoon datgene te zijn, waar het in het bestaan om gaat. Geweldig! Ons leven heeft er weer zin, betekenis en inhoud door gekregen.

Streef naar Verlichting, herstruktureer je leven en dien de ander

Het Grote Leerproces

De gezondenen

36. Onze Zelfsoevereiniteit is niet zo nieuw als wij denken. In China werd zij lang geleden - 400 BCE - reeds geformuleerd. Het is een van de klassieke boeken van het Confucianisme, „Het Grote Leerproces" genaamd. Daar heet het: „Wil je het Rijk besturen, zul je eerst je landgoederen moeten kunnen beheren. Om je landgoederen te kunnen beheren, zul je eerst je huishouding op orde moeten hebben. Om je huishouding op orde te hebben, is harmonie in je gezin noodzakelijk. Om harmonie in je gezin te bewerkstelligen, zul je eerst zelf in balans moeten zijn". Een waarheid als een huis. Hoe kan je immers een huis bouwen als niet successievelijk het fundament, de begaande grond, de eerste verdieping etc. deugdelijk opgetrokken worden. Het een blijkt een voorwaarde voor het ander. In onze praktijk blijkt „Het Grote Leerproces" het trekken van steeds wijdere concentrische cirkels om je heen. Je begint met het meest essentiŽle en breidt dit stap voor stap uit, ieder op de eigen wijze: van je innerlijke balans, je gezondheid, je directe relaties, je huishouding tot en met de straat, de buurt, de wijk, de gemeente en de Regio. Het verrassende is dit. Terwijl „normaal" individualiteit en gemeenschap elkaar uitsluiten, is dit in Het Grote Leerproces net andersom. Het kleine zelf is op zichzelf betrokken - egoÔstisch - vervreemd van het ware Zelf en de omgeving, terwijl Zelfrealisatie daarentegen inclusief is. Dit Zelf is de essentie van al-dat-leeft, het heft de vervreemding juist op. Vandaar dat het kenmerk van ware bewustwording „jeZelf-zijn in verbondenheid" is. Hoe meer je jeZelf bent, des te sterker je solidariteit met alles om je heen. Zelfsoevereiniteit en gemeenschapsvorming zijn daarom twee kanten van dezelfde medaille. De weg naar binnen blijkt de weg naar buiten te zijn, is dat geen wonder!

open je Hart, want het Koninkrijk is er reeds

HOME

© 1999 Copyright by Han M. Stiekema
Last Update: 05/26/02