Boek 9, hoofdstuk 9
De Europese Unie der Autonome Regio’s
Een Uni-Federalistisch Perspectief

Inhoud

Voorwoord

1.
Het Ontredderde
Westen

2.
Variaties op Eenzelfde Thema:
Politieke Filosofie van Plato tot Bodin

3.
De Nieuwe Unie:
Historische

Achtergronden

4.
De Natuurlijke Socio-Politieke Orde volgens Johannes
Althusius

5.
Het Koninkrijk van Hemel en aarde

6.
Overleven

7.
De "Individuele" Strategie/Het Grote Leerproces

8.
De Collectieve Strategie

9.
De Europese Unie der Autonome Regio’s

10.
Vraag & Antwoord

11.
Literatuur

A.
Report van het WWF

B.
Burgers van de 21e eeuw

C.
De Europese Unie der Autonome Regio's


Proclamatie
Een Zelfsoeverein individu in een Zelfsoeverein gezin in een Zelfsoevereine straat in een Zelfsoevereine wijk in een Zelfsoevereine gemeente in een Zelfsoevereine provincie in een Zelfsoevereine Regio in
een Zelfsoevereine Unie

Autonome Regio’s

1. In de laatste tien jaar zijn er twee divergerende bewegingen waar te nemen. De ene is globalisering, de ander regionalisatie. Europa wordt enerzijds centralistischer, voortgestuwd door de ambitie van de euro-elite, multinationals, techno- en bureaukraten, anderzijds decentralistischer, een ontwikkeling voorgestaan door het „volk zelf". Terwijl de macht zich steeds verder van de gemiddelde burger verwijdert - met toenemend verlies van contrŰle - trekt de laatste zich steeds verder terug in zijn eigen leefomgeving: wijk, stad, streek en Regio. Regio’s streven op hun beurt naar grotere zelfstandigheid, waarbij zij tevens het recht opeisen met naburige Regio’s culturele, politieke- en handelscontacten te leggen. Regio’s als CataloniŽ en Baskenland, Schotland en Wales, Tirol en KarinthiŽ, Noord-ItaliŽ, de Russische deelstaten, Vlaanderen en WalloniŽ en in Nederland het Noordelijk Forum, de Nieuwe Hanze Interregio, het initiatief Nederland-NoordrijnWestfalen en het Grensland Kreis Heinsberg-Limburg zijn slechts voorbeelden uit een lange rij. De (sociale) staat valt daarbij in toenemende mate tussen wal en schip. In plaats van dit te betreuren, begroeten wij deze ontwikkeling.

2. Dit om verschillende goede redenen. Naast dat de staat de facilitator is van het multinationaal kapitalisme en zo direct meewerkt aan de uitverkoop van de aarde, staat zijn eigen bestaansrecht ter discussie. En wel om meerdere zwaarwegende redenen. De belangrijkste is die van de steeds maar oplopende staatsschulden. In een land als Duitsland lopen deze elk uur meer als 8 miljoen DM op - door o.a. belastingontduiking van de multinationals, vroegtijdige pensionering, de korte werkweken, extreme sociale voorzieningen, de werkeloosheid etc. etc. -  dusdanig, dat alleen om deze reden het "einde van de staat" binnen 15 jaar vanaf nu (2001) verwacht wordt. De staat is nu al zo'n onrealistische structuur, dat deze als bedrijf allang weggesaneerd zou zijn. En wat te denken van een van de andere functies: die van hoeder van veiligheid? De Commissie Oosting (ramp Enschede) komt in haar rapport tot de conclusie dat de staat op alle fronten (regering, provincie en gemeente) dermate gefaald heeft, dat er "een culturele revolutie in het bestuursaparaat nodig is".

3. Omdat de staat zijn verplichtingen niet nakomt, nemen steeds meer mensen regionaal het heft in eigen hand. Zo hebben mensen in het Emsland (Niedersachsen) zoveel geld bij elkaar gebracht, dat zij waar de staat het laat afweten, zelf een stuk Autobahn gaan afbouwen. Er is dus een uitholling van functie, zoals we dat in het afgelopen decennium hebben kunnen zien. De mensen zijn mondiger geworden en nemen hun lot in eigen hand. Veel van wat de staat doet, blijkt niet in hun eigen belang te zijn. De globalisering doet er een schepje bovenop. De demokratische orde is uitgehold, terwijl de (internet) communicatie steeds meer buiten het geijkte circuit en dus ook buiten de regelgeving en de contrŰlemogelijkheden van de staat om gaat. De sociale staat heeft zich getransformeerd tot concurrentiestaat in de globale economie, een die uitsluitend nog economische belangen beschermt. De monarchie is nog steeds „geliefd", maar meer dan oranjefranje is het eigenlijk niet. Het karakter van de staat: hiŽrarchisch, bureaucratisch, met zijn monopolie van geweldsuitoefening, abstract, wereldlijk, territoriaal, chauvinistisch, elitair, anti-gemeenschap, schijndemokratisch, massificerend, onpersoonlijk en berustend op eigenbelang (Machiavelli) komt niet meer overeen met wat de mensen van tegenwoordig voor ogen hebben.

4. Daarbij moet de miserabele mensenrechtenstaat niet vergeten worden. Sinds staat en kerk onder Constantijn (313) „samengingen", heeft dit duivelsverbond ongekend leed veroorzaakt. Zonder overdrijving kan gezegd worden, dat de staat door alle eeuwen heen de rol van „onderdrukker" heeft gespeeld. Bij zo’n achtergrond verwondert het niet, dat de mensen de herinnering eraan definitief willen begraven. Het daarom in meerdere opzichten een evolutionaire stap, wanneer steeds meer mensen de staat negeren cq afwijzen. De pogingen van sommige „progressieve" auteurs om de staat geforceerd in het leven terug te roepen, verbazen daarom ook zeer. Het toont maar weer eens aan, dat „vooruitgang en reactie" voortdurend verschillende gedaanten aan kunnen nemen. Blijft de macht bij de elite of bij het volk, dat is echter de (enige) vraag hier.

STAAT REGIO
Grootschalig Kleinschalig
Autoritair Basisdemokratisch
Abstract Concreet
Onpersoonlijk Netwerken
Bureaucratisch Overzichtelijk
Chauvinistisch Solidair
Ontworteling Streekgebonden
Machteloos Zelfsoeverein
Hierarchie Horizontaal
Massaal Gemeenschap
Hoge belastingen Lage belastingen
a-politiek Betrokkenheid
Geweldstructuur ZelfcontrŰle
InefficiŽnt EfficiŽnt
Vervreemding Levensvreugde

"The United States of Europe"

5. In zijn brochure „The United States of Europe" bepleit A.H.Heineken de regionale herindeling van Europa in 75 „staten", terwijl recentelijk de Duitse Minister J.Fischer zijn voorstel tot een federaal Europa deed. De voordelen van een kleine staat (10 miljoen mensen) zoals bepleit door de eerste zijn: 1) Europeanen zullen hun regering beter kunnen controleren 2) Het land is efficiŽnter te regeren met minder bureaukratie 3) De uitgaven voor defensie kunnen drastisch omlaag, de kans op oorlog nihil. De pure aanwezigheid van overkill verhoogt immers de kans op een gewapend conflict in plaats van deze te reduceren. Vandaar dat Europa in Kosovo zonder de USA de oorlog nooit had kunnen voeren. Met andere woorden als Europa op zichzelf gestaan had, had het wel naar een politieke oplossing moeten zoeken. Militaire overmacht maakt de wereld dus niet veiliger, maar onveiliger. Ronduit pervers zijn de jubelende publieke! reacties van het US militair-industrieel complex, dat de oorlog begroette als de kans om zijn wapenarsenaal uit te testen. Vandaar dat de NAVO door een uitsluitend Europese task force waarin elke Regio evenredig is vertegenwoordigd, dient te worden vervangen. 4) Nationalisme en chauvinisme verliezen de grond voor hun bestaan 5) Europeanen kunnen zich gemakkelijker identificeren met hun streek of Regio.

6. Verder merkt hij op „dat de meest efficiŽnte staten de kleinste zijn, terwijl een staat van 30 tot 50 miljoen mensen hopeloos ineffectief is met een dodelijk effect op de locale cultuur en het sociale leven. Het artikel „Houden van Nederland" (Elsevier 55 jrg. nr. 4/30, 1999) toont aan, dat een groot deel van de Nederlandse bevolking „een sterke band met de eigen streek" heeft. Hetgeen volledig ten onrechte „verkapt nationalisme" wordt genoemd. Werk dichtbij huis, in de eigen streek geboren zijn, warme gevoelens voor de eigen regio, het gevoel van geworteld-zijn, niet geinteresseerd in Europa, de abstractie van de staat vs de concreetheid van de regio spelen daarbij een grote rol. Nu zijn in Europa de staten van oudsher onderverdeeld in Gewesten (BelgiŽ), Provincies (Nederland), Lšnder (Duitsland), Autonome gemeenschappen (Spanje), Regio’s (Griekenland) en Economische programmagebieden (Verenigd Koninkrijk). Deze zijn op hun beurt weer onderverdeeld in provincies, Kreise, ńmter, Bezirke, departements, graafschappen, districten tot en met bestuurlijke eenheden op gemeentelijk niveau. In het model van A.H. Heineken worden staten opgesplitst in bestuurlijke eenheden, die veelal groter zijn dan onze huidige provincies. Dit model is voor ons doel ook heel goed bruikbaar.

Sinds de Franse Revolutie staan staat (maatschappij) en gemeenschap
(samenleving) tegenover elkaar

7. Wij gaan alleen een stapje verder. Het gaat immers niet alleen om de „bestuurbaarheid" van een bepaald gebied, maar ook en niet in de laatste plaats om het demokratisch gehalte. Terwijl „provincies" nu de uitvoerders zijn van het beleid van de centrale regering (en partijpolitiek) - bij belangrijke bestuursbeslissingen van de Nederlandse Provinciale Staten is bijvoorbeeld vooraf goedkeuring van de Kroon nodig - gaan ook gemeentelijke bevoegdheden vaak niet verder dan de zorg voor wegen, onderwijs, publieke gezondheid en „toezicht", naast het beheer der gemeentelijke financiŽn en bezittingen. Schandalen als dat steden en dorpen met overgrote meerderheid stemmen tegen fusering, hetgeen vervolgens door de „centrale overheid" gewoon genegeerd wordt, mogen nooit meer voorkomen. Ons concept is dan ook de „demokratisering van onderop", de vorming van regionale gemeenschappen, waar de soevereiniteit met het individu begint en stap voor stap in de omgeving wordt uitgebreid. Zelfbestuur in ware zin is hier bedoeld. De mensen worden gestimuleerd verantwoordelijk te zijn in plaats van wat nu gebeurt: de verslaving aan „hebben" en collectieve zelfzucht. Geen eng regionalisme, maar - dankzij de verworvenheden van de communicatietechnologie - openheid ten aanzien van de „grote wereld", dat is wat wij voorstaan. De ontwikkelingen in het internet blijken nu al de gebondenheid aan de eigen woonplaats te bevorderen en andersom. „Geworteld in de aarde reikt men naar de hemel".

De tegenstelling tussen staat en gemeenschap dient te worden opgeheven. In plaats van geregeerd te worden, besturen wij onszelf

8. Globalisering en regionalisering blijken hand in hand te gaan. Wanneer wij immers via de ICT, computer en internet vanuit onze eigen huiskamer met de „hele wereld" contakt kunnen hebben, dwingt niets ons meer om ons huis, onze plek of onze streek te verlaten. De tendens zal zijn om ook ons werk dichtbij huis te zoeken. Daarnaast is het zo, dat wanneer zelfbestuur op alle niveau’s de basis is van de (kleinschalige) samenleving, de top automatisch ontlast wordt. Het werk wordt van de leiders afgenomen in plaats van andersom. Talloze functies die voordien onmisbaar leken voor „behoorlijk bestuur" blijken dan overbodig te zijn. „Veiligheid van binnenuit" - door zelfregulatie van de wijken en Regio’s - beperkt ingrijpen „van buitenaf" tot een minimum. De Unie krijgt alleen dat gedelegeerd wat de basisechelons zelf niet kunnen uitvoeren. Naast een coŲrdinerende taak, zouden dat buitenlandse zaken, het monetaire systeem, de demokratische recht"staat", basis sociaal systeem en economische gelijkheid - door stimulering van de locale economie - tussen de Regio’s kunnen zijn. Europa dus voor de - oude en de nieuwe - Europeanen, zonder overheersing door grootmachten van buitenaf. Het overleven der mensheid hangt af van het scheppen van een „nieuwe orde" waarin alle individuen, groepen, volken en continenten in rechtvaardigheid, vrede en voorspoed met elkaar samen kunnen leven. Hetgeen betekent eerst orde op eigen zaken stellen, vervolgens (eventuele) „uitbreiding" naar andere continenten. Daarom kan de Unie, wanneer de tijd rijp is, op zijn beurt deel worden van een Nieuwe Wereldorganisatie. De tendens naar locaal zelfbestuur doet zich immers niet alleen in Europa voor. Uiteindelijk zou - voortbouwend op de uitgangspunten van de Verenigde Naties - dus zoiets als „De Wereld Federatie van Autonome Regio’s" kunnen ontstaan.  Dit is realistischer dan men denkt. Overal ter wereld bestaan nog steeds locale gemeenschappen, autonome gebieden c.q. ethnische groepen of de herinnering daar aan. Ook op andere continenten - in de stad en op het platteland - leeft de wens naar meer zelfbestuur.

De TV soaps zijn een overcompensatie voor het gebrek aan gemeenschap. Vandaar hun razende populariteit

9. Een goed voorbeeld hoe het concept van de Unie problemen oplost, waar anders gemakkelijk ernstige crises kunnen ontstaan, is het probleem van de „verlorengegane" Duitse gebieden aan Polen: SileziŽ, Pommeren en Oost-Pruisen. Hoewel verankerd in het Oder-NeiŖe verdrag, lijkt het slechts een kwestie van tijd, dat de Duitse aanspraken opnieuw virulent worden. In het huidige bestel zal dit onvermijdelijk de „staatssoevereiniteit en territoriale integriteit" van Polen aantasten met alle risico’s van een grootschalig conflict van dien. Een constante herhaling van de geschiedenis dus, een die echter al veel te lang teveel ellende heeft veroorzaakt. Vallen - zoals in ons concept van „De Europese Unie der Autonome Regio’s" - staten echter weg, dan is de ontsteking uit de bom. De Regio’s kunnen zelf hun politiek bepalen, zonder het gevaar van een internationaal conflict. Een vreedzaam naast en door elkander leven van Polen en Duitsers lijkt - op basis van het nieuwe concept van de Unie - dan heel goed te realiseren.

Globalisering en regionalisatie: twee elkaar perfect aanvullende ontwikkelingen

10. Een tijdje geleden meldde de Neue ZŁrcher Zeitung (van 16 september 1999) het verschijnen van het nieuwste World Development Report (WDR) van de Wereldbank. Daarin worden „globalisering en regionalisering" de belangrijkste trends van de 21e eeuw genoemd (...). De taak is dan om deze „zo tegenstrijdige tendenties" nuttig te maken voor de „ontwikkelingspolitiek". Onder „globalisering" wordt dan verstaan de toenemende „economische integratie" met zijn uitwerkingen op het handels- en financiŽle verkeer, naast de milieuproblematiek, die „uitsluitend in het kader van supranationale oplossingen" bekeken kunnen worden. Daartegenover staat de toenemende tendens tot regionalisatie, waaronder de „wens naar regionale identiteit en demokratisch medezeggenschap". Regeringen zouden zich naar deze wensen moeten richten. De Wereldbank verklaart daarbij het zoeken naar een universele doctrine als „illusionair" (...) en is voorstander van een „zo breed mogelijk pragmatisme", lees versterking van de bestaande handelspolitiek, verdere liberalisering van de financiŽle markten en internationale samenwerking mbt bijvoorbeeld het ozonprobleem. Dat het WDR uiteindelijk in „wolkige Formulierungen" is blijven steken, was zelfs de Neue ZŁrcher Zeitung duidelijk. In wiens belang dit uiteindelijk is, laat zich niet moeilijk raden: van diegenen die profiteren van het bestaande systeem. De suggestie van „verandering" dient het belang van de status quo te versluieren. Dat „globalisering en regionalisering" een geheel andere dynamiek mogelijk en moeten maken, moge uit de stellingen in dit boek duidelijk worden.

De nieuwe gemeenschap is geen nostalgie naar vroeger tijden,
maar een volgende stap in evolutie

Voorbeelden: Nederland, Duitsland,
Zwitserland, ItaliŽ en de kleine Staten

11. Gangmaker bij het verwerkelijken van de Europese Unie der Autonome Regio’s zou o.a. Nederland kunnen zijn. Onze kleinschaligheid, effectiviteit, multi-culturele tolerantie en demokratisch besef worden alom erkend als een gelukkige combinatie van eigenschappen, waar anderen met jaloerse blikken naar kijken. Zo wordt ons „poldermodel" – inmiddels opgeblazen door Pim Fortuyn - door met name Duitsland ten voorbeeld gesteld als hťt model voor economisch succes. In plaats dat wij nu steeds meer teruggedrongen worden door de Europese „grote drie" - Engeland, Frankrijk en Duitsland - een ongewenste dominantie, kunnen wij het nadeel van onze kleinschaligheid omvormen in een voordeel. Onze succesformule kan een revolutionair karakter krijgen, doordat wij vrijwillig afstand doen van onze status als staat en onszelf uitroepen tot eerste Europese Regio. In plaats van aanhangsel van de groten te zijn, nemen wij plotseling het voortouw in het propageren van een kleinschalig Europa met onszelf op kop. In plaats van een steeds defensievere houding, kunnen wij het initiatief nemen, krijgt ons ťlan, onze visie, overtuigingskracht en ondernemerschap zijn grote historische kans. In het omgaan met andere kleinschalige entiteiten zullen wij al ons zelfvertrouwen, talenten en kwaliteiten optimaal vorm kunnen geven. Als nieuwbakken Regio knopen we „diplomatieke betrekkingen" aan met andere Regio’s, zoals met Vlaanderen, WalloniŽ, Luxemburg, Noordrijn Westfalen, Rijnland Pfalz, Nedersaksen, de Zwitserse Kantons, Elzas Lotharingen, Bourgogne, Baskenland, Wales, Schotland, Noord-Ierland, de Baltische Staten en zo verder. Zelfsoevereiniteit wordt het leidend demokratische beginsel, de identiteit van elke nieuwe Regio. Onze eigenzinnigheid en individualisme blijken ook hier weer een voordeel. Evenals het feit, dat Nederlanders - vaak zonder dat zij dat beseffen - in de recente geschiedenis steeds onderdanen van een „Rijk" zijn geweest: het „Koninkrijk der Nederlanden". Aangezien deze „Rijksidee" echter nooit diep geworteld is geweest, zullen met name Nederlanders niet veel moeite hebben met het overhevelen ervan naar die van de Europese Unie. Dan blijkt pas werkelijk (letterlijk) „waarin een klein land groot kan zijn".

Als staat tegenover de andere staten leggen wij het loodje.
Door vrijwillig een stap terug te doen, doen wij
twee sprongen vooruit

12. Naast dat elke Europese natie zijn eigen grandeur (Empire, Grande Nation, Gouden Eeuw), maar ook regionaal streven kent, is met name Duitsland een van de landen die eveneens een voorloperfunctie kan vervullen bij het verwerkelijken van de Europese Unie der Autonome Regio’s. Zowel de keizeridee als het gedecentraliseerde bestuur, heeft daar een lange diepgewortelde achtergrond. Een Duitser vond (vindt) zijn identiteit in de eerste plaats in de Regio (Heimat) en pas in de tweede plaats in de staat. Staatsvorming heeft daar dan ook altijd of gebrekkig, of als overcompensatie altijd op een overtrokken manier plaatsgevonden. Duitsers met hun gevoel voor Heimat hoeven zich - in tegenstelling tot vroeger - niet meer te schamen over hun „locale afkomst". Wat eerst als zwakte werd beschouwd, is in de Nieuwe Unie een kracht. Niet voor niets verschuift de macht zich nu al steeds verder van de Bund (staat) naar de verschillende Lšnder. Als erfgenamen van het Heilige RŲmische Reich hebben zij bovendien als geen ander een gevoel over een overkoepeld orgaan als het Rijk. Zij kunnen deze institutie - het Rijk en de keizer - in ere herstellen, zonder het gevaar opnieuw in nationalisme en rechtsradicaliteit te vervallen. Zij transcenderen als het ware hun nationale erfenis naar het hogere niveau van Europa, zodat het alle Europeanen ten goede kan komen. De organen van de staat, of wat daarvan over is, worden dan overgeheveld naar de Unieraad, bestaande uit de vertegenwoordigers van de Regio’s, de Regioleiders. Een niet te verwaarlozen factor zijn de „ossies", de Oostduitsers. Zij hebben door hun ervaring met de DDR een groter sociaal bewustzijn en gemeenschapsgevoel dan de „wessies". Terwijl in het Westen „geldverdienen" het hoogst op de ranglijst staat, is dat in het Oosten „gemeenschapszin". De „ossies" zouden dus wel eens het voortouw kunnen nemen bij het realiseren van de Autonome Regio’s. De bestuurlijke vorm van Duitsland is er ideaal voor. Alles is opgedeeld in redelijk gedecentraliseerde echelons - gemeenten, stadsteden, Kreise, Bezirke, Lšnder of Freistaaten - die ongewijzigd in de Nieuwe Unie opgenomen kunnen worden. Het enige verschil is, dat in dat geval „bestuur van bovenaf" plaatsmaakt voor „bestuur van onderop". Ook hier weer bevindt Duitsland door zijn vele „BŁrgerinitiative" in het voordeel. Met hen als stuwende kracht achter de decentralisatie zal het mogelijk zijn vele centralistische richtlijnen uit Brussel ten gunste van locale autonomie om te buigen, te ontkrachten cq ongedaan te maken. De intentieverklaring ten aanzien van een "federaal Europa" - zoals onlangs door minister Fischer naar voren gebracht - is echter niet genoeg. Zij dient gebaseerd te zijn op Zelf-soevereiniteit en autonomie van de locale gemeenschappen. 

"Duits onderdaan zijn is tamelijk abstract. De mensen zijn in de eerste plaats Thuringers, Beieren, Westfalen of Oostfriezen"
Berhard Vogel, President van Thuringen, 3 oktober 1996

13 . De staat die reeds lang een vorm van directe demokratie in praktijk brengt is de Eidgenossenschaft Zwitserland. Zij bestaat uit verregaand zelfbestuur op lokaal niveau, van autonomie der gemeenten tot en met de soevereiniteit van de kantons: „De kantons zijn soeverein, zij oefenen alle rechten uit die niet aan de bondsregering overgedragen zijn" (uit de Zwitserse Bundesverfassung). Zij hebben hun eigen grondwet, federaal verband, parlement en bestuur. Ook kunnen zij op eigen initiatief verdragen met elkaar en het buitenland sluiten. Daarnaast bestaan er politieke partijen en de frequent plaatsvindende „volksinitiatieven" of referendi. Bijvoorbeeld kan met 100.000 handtekeningen een totaalrevisie van de bondsgrondwet in gang gezet worden, terwijl 50.000 stemmen genoeg zijn voor een referendum over bondswetten en bondsbesluiten. Het gevolg is dat de Zwitsers meer dan enig volk in de wereld zeggenschap hebben over de dingen die hen direct aangaan. Dat ook zij de druk van de internationale markteconomie steeds sterker voelen, moge duidelijk zijn. Grootkapitaal is in Zwitserland immers van oudsher sterk vertegenwoordigd en doet bij alle besluiten - ondanks alle demokratie - „een duit in het zakje". Het grootste deel van het land is in handen van de banken. Tegen het licht van de globalisering en de EU is de trend in Zwitserland zelf om hun systeem „achterlijk" en niet meer van deze tijd te vinden. Vooral de toppolitici, belust op een internationale rol, proberen het volk wijs te maken, dat ze „feitelijk deel uitmaken van de EU, zonder echter beslissingsrecht of invloed te hebben". Aansluiting bij de EU dus. Hetgeen het begin van de uitverkoop van dit unieke demokratische systeem zou inluiden. Terecht verzet de meerderheid van de Zwitsers zich (nog) tegen het opgeven van 700 jaar vrijheid. Er zijn naar mijn mening slechts twee opties die de Zwitserse en dus onze zaak kunnen redden. De eerste is het mobiliseren van effectief verzet tegen de aansluiting bij de EU, de tweede is het Zwitserse model - als aansluiting niet te verhinderen blijkt - te exporteren, het als het paard van Troje in Europa binnenhalen. Het zou als rolmodel voor Zelfsoevereiniteit in onze zin gebruikt kunnen worden, de opening naar een „kantonaal Europa", de Europese Unie der Autonome Regio’s (EU-AR).

"Europa is meer dan een gebied, het is een idee"
president Clinton

14. Door de traditionele opsplitsing in grote elkaar polariserende politieke partijen, kent ItaliŽ een grotere ruimte voor de individuele en collectieve meningsuiting. Er worden nog echte discussies gevoerd, politieke emoties zijn nog niet uitgedoofd zoals in het "gelijkschakelde" West-Europa, waar politiek alleen nog maar uit het beheer van van macht en rijkdom bestaat. In ItaliŽ spitst zich de discussie de laatste jaren toe op de idee van een federale staat. Vooral het Noorden wil autonomie - ondanks Berlusconi - dit om bevrijd te zijn van Romeinse bureaucratie en betutteling, naast economische beweegredenen als vergroting van de eigen rijkdom c.q. niet de lasten (mede) te moeten dragen van een verarmd Zuiden. Chauvinistische elementen (in ItaliŽ natuurlijk niet weg te denken) mogen teruggaan naar de tijd voordat de eenheidsstaat werd uitgeroepen, nog geen anderhalve! eeuw geleden. Hoe het ook zij, brede maatschappelijke groepen lijken een consensus te hebben over "Padania", de naam van de op te richten nieuwe staat. Wat ons betreft: De temperamentvolle benadering der Italianen is een onmisbare bijdrage in de ontwikkeling van een federaal (en Zelfsoeverein) Europa.  

Unie, Rijk, Gemenebest en Empire zijn verschillende
woorden voor dezelfde idee

15. Naast de genoemde landen zijn het de kleine staten - bv. Luxemburg, Liechtenstein, de Baltische Staten, SloveniŽ e.a. - die belang hebben bij een Europa der Autonome Regio's. Immers, het is nu al zo, dat de kleine EU staten door de groten worden gedomineerd. Zelfs binnen de groten zie je de grootste ontstaan: Duitsland. Een coalitie tussen de kleine staten en de meest vooruitstrevende Autonome Regionen zoals bijvoorbeeld CataloniŽ, Schotland, Vlaanderen etc. is zelfs dringend geboden, om vanuit gemeenschappelijk belang de eerste stap naar de Federatie te kunnen zetten.

16. De gelijktijdige geboorte van het nieuwe en begrafenis van het oude - de koning is dood, leve de koning - moet nu uitbundig gevierd worden. De verschillende culturele entiteiten in Europa zullen daarbij ieder hun eigen accenten hebben. De een houdt nu eenmaal meer van vlaggen, optochten en ceremonies, de ander van speeches, artikelen in de krant, een derde van carnaval en feestvieren. Het doet er niet toe. Feit is, dat het „Koninkrijk van Hemel en aarde" (het spirituele archetype van de Unie) op 8 september 1998 provisorisch is uitgeroepen. Het kostte vervolgens enige tijd om alles in het kader van dit boek te brengen. Met het verschijnen ervan, kan de volksvreugde echter losbarsten. Zij kan allereerst bestaan in het initieren van de straatgemeenschap, het wijkzelfbestuur en de „Zeven Springplanken" overal in Europa. Dat daarmee allerlei regionale festiviteiten en activiteiten verbonden zullen zijn, lijkt vanzelfsprekend. De symbolen van de Unie - zoals stickers, kaarten en vlaggen - kunnen overal verspreid en vertoond worden.

17. Het belang van dit zichtbare vertoon kan niet worden onderschat. Het is het terugnemen van territorium dat verloren gegaan was. Hebben wij ons ons eigen leefmilieu - de straat, de wijk etc. - immers niet uit handen laten nemen? Wij zijn in dit opzicht net als de dieren - en dit zeker niet denigrerend bedoeld - een gebied is pas weer van ons als we er onze voetsporen in hebben achtergelaten. Kom dus naar buiten, hand in hand met je familie en stap op je buren af. Sluit vrede, spreek samenwerking af. Begroet al je medebewoners van je straat. Geef aardigheidjes om je intentie kracht bij te zetten. Ga naar de wijkraad en laat je vrijwillig inschrijven als Zelfsoevereine wijkbewoner. Is er (nog) geen wijkraad of wil de bestaande (alsnog) niet meewerken, richt er samen een op. Organiseer allerlei happenings, van een wijk grote schoonmaakdag, een wijk eco-boerenmarkt of een volksverbroederingsconcert. Laat je niet hersenspoelen door slogans als „de complexe maatschappij". Denk niet dat het niet simpel is. Als het water hoog genoeg gestegen is, breken de dammen vanzelf. „Wij zijn het volk". Laat niets van je creativiteit ongebruikt. Streef ernaar je beginnersenthousiasme een vorm te geven, waarmee je verder kunt gaan. Tenslotte gaat het om duurzame veranderingen in de gehele samenleving. Dat dit vervolgens (nog) meer inzet vereist, zal duidelijk zijn. Het doel is een „Nieuwe Wereld Orde", het concretiseren van de uitgangspunten van de

Proclamatie (vervolg)

18. Het is duidelijk, dat wij voor een enorme opdracht staan. Ons slagen hangt geheel af van het mobiliseren van de mensen. Zolang deze nog in hun verslavingsroes leven, zal die taak uiterst moeilijk, zoniet onmogelijk blijken. Terwijl bewuste mensen het voortouw nemen, is het niet ondenkbaar, dat „de massa" eerst door een (kleine of grotere) catastrofe wakker geschut moet worden. De praktijk leert immers, dat mensen pas dan veranderen, wanneer ze met de rug tegen de muur staan. Wanneer er „geen keus meer is". De hoop is, dat het dan nog niet te laat zal zijn. Het meest waarschijnlijke scenario is, dat het neo-liberale bestel (socio-carcinoom) „implodeert". Wij vallen dan allemaal terug op een lager welstandsniveau, hetgeen dť kans is om onze medemenselijkheid terug te vinden. De werkelijkheid onder ogen zien zoals zij is, is de enige manier om deze te redden. De eerste stap is het proclameren van de Unie met de Zeven Springplanken als eerste opstap daartoe. Omdat de Zeven Springplanken het dichtst bij ‘s mensen eigenbelang staan - „gezondheid als een ieders hoogste goed" - is dit tegelijkertijd een aanwijzing voor het welslagen van de gehele operatie. Vervolgens komen andere programmapunten van de Proclamatie aan de orde. Waarbij het goed kan zijn dat - door samenwerking met derden - andere projecten in een stroomversnelling raken. Als bijvoorbeeld een bestaande organisatie met veel expertise de ťchte „Nieuwe Economie" (...) voor zijn rekening neemt, kan dat onderdeel opeens een vogelvlucht nemen. Het is tegelijkertijd ook de reden, waarom deze andere onderdelen verder niet zijn uitgewerkt. Hoewel er zeker praktische ideeŽn over bestaan, willen wij het gras niet onder ‘s mensen voeten wegmaaien. De Unie is immers ons aller toekomst. Ieder moet daarom in de gelegenheid worden gesteld - ongehinderd door onze vooringenomenheid - zijn beste talenten te ontplooien. Spirituele politiek berust immers niet, zoals de huidige partijbelangenorganisaties, op „verdeel en heers", maar op „verenig en wees dienstbaar". Zij is de verbindende factor voor de groeiende groep Unie-Europeanen.

NB. In het uiterste geval moet worden teruggevallen op het „behoud van kwaliteit" principe. Hetgeen betekent, dat de hoop op een algehele ommekeer opgegeven wordt en groepjes mensen zich terugtrekken - te vergelijken met de vroegere kloostergemeenschappen - om in ieder geval op kleine schaal te redden wat er te redden valt, dit ten bate van de overlevering van waarden aan het nageslacht.

19. Rijkdom is de grootste sta in de weg voor solidariteit. Immers levend in een groot huis en met een hoge bankrekening „heb je nergens boodschap aan". Rijkdom maakt echter zelden gelukkig, zoals iedereen weet*. Vandaar de aantrekkingskracht van arme landen. Is het niet cynisch, dat de rijken hun geld uitgeven aan dure vacanties om zich op te laden met de warmte, de vriendelijkheid en de gastvrijheid van degenen die niets bezitten. Zo kan het ook ons vergaan, als ons economisch/technologisch/electronisch bestel in elkaar stort. Dat dit niet onrealistisch is, geven zelfs gerenommeerde bladen in binnen- en buitenland aan. Omdat technologische vooruitgang voortdurend alle schepen achter zich verbrandt - bij de aanschaf van een PC gooi je je oude schrijfmachine weg - kunnen wij wel eens in ťťn klap terug in het „stenen tijdperk" belanden. Wie heeft er tenslotte nog een zaklantaarn, potkachel, handwasmachine of kookfornuis achter de hand? Als je arm bent, ben je daarentegen noodzakelijkerwijs op elkaar aangewezen. Een schrijver als Germaine Greer zou zo’n ommekeer toejuichen. Een van haar grapjes: „in tijden van welstand ben ik altijd geconstipeerd, in schrale tijden echter nooit". „Positief denken" houdt in, dat de winst van hervonden medemenselijkheid ruim opweegt tegen het verlies van rijkdom.

* Zie artikel Volkskrant in het boek "De Schoot van het universum", hfdst. De Drievoudige Moeder

20. De „Geschiedenis van de Westerse Ontreddering" is doorslaggevend geweest voor de situatie waarin wij hier en nu zijn. Door onze ontworteling van „Hemel en aarde" vielen wij niet alleen („onmachtig") terug op ons ego, maar waren wij tegelijkertijd aan krachten van buitenaf overgeleverd. Had de kerk ons innerlijk in de greep, tegelijk met haar hield de wereldlijke macht ons maatschappelijk onder de duim. Dit elkaar de bal toespelen is begonnen sinds keizer Constantijn tot het Christendom overging. Kritiek was de ineenstorting van het (christelijk) Romeinse Rijk. Met deze verloor het Christendom eveneens zijn dominante positie. Even leek het erop, dat het zich daarvan nooit meer herstellen zou. Echter werd door massale „bekering" van heidense heersers, altijd met behulp van grote „gunsten", (de kerk was inmiddels immers rijk geworden) hele volken gedwongen tot de overgang naar het „ware geloof". Zo ging met de bekering van Vorst Wladimir „heel Rusland" tot het Christendom over en werd Karel „de Grote" reeds tijdens zijn leven „Saksenslachter" genoemd. (Om nog maar niet te spreken van de eeuwenlange „missionering" op andere continenten). Sindsdien werd het Christendom definitief een afgedwongen van bovenaf opgelegde godsdienst.

21. Vanaf de VERDUISTERING was het de vervolging en Inquisitie die de mensen (innerlijk) eeuwenlang met schrik en huiver in de greep hield. Na de definitieve breuk met de wortels en de overgang naar de ego-fase, keerden de mensen zich uiteindelijk dan ook „naar de wereld" (INBEELDING) als het terrein waar men relatief vrij ademen kon. Kenmerkend voor het beginnend ego-tijdperk was dat de opvattingen over politiek eveneens een totale breuk met het verleden vertoonde. In de Middeleeuwen sprak men nog uitsluitend over de macht van de heerser als God’s wil met categorieŽn als recht en wet direct daaruit voortvloeiend. Machiavelli constateerde - met grote afschuw overigens - dat politiek zich echter van theologie en morele filosofie losgemaakt had*. Hoewel hij het betreurde was het de realiteit, dat effectieve en succesrijke heersers uitsluitend nog vanuit hun eigenbelang handelden. De autoriteit van de staat was - met alle middelen die hem daartoe ter beschikking stond - een gerechtvaardigd doel op zichzelf geworden. Kwesties als goed en kwaad waren daarbij niet relevant meer. Het Heilige Rijk was uiteengevallen in en opgesplitst in en gedegradeerd tot wereldlijke territoriale staten. De autoritaire staat en de kerk waren nu een perfecte afspiegeling van elkaar. Beiden joegen dezelfde doelstellingen na: de onderwerping van een ieder.

* Machiavelli was dus niet zozeer de kampioen van het etatisme zoals altijd wordt beweerd, maar meer „verslaggever"van zijn tijd, dit tegen wil en dank.

De historische vervalscascade: van de oorspronkelijke orientering op het Transcendente (het Rijk), de territoriale machtsstaat (de Staat) tot en met de huidige uitlevering aan de hebkrachten (WTK complex, EU).

22. Of zij - kerk en staat - in de eeuwen die daarop volgden geslaagd zijn, daarover kan een geheel nieuw boek geschreven worden. Het is het verhaal zonder eind over het voortdurend wisselende fortuin van staat, burgers en kerk. Kerk en staat collaboreerden of bevochten elkaar al naar het uitkwam. Echter altijd over de hoofden en ten koste van de burgers. De Reformatie en de daarop volgende dertigjarige oorlog brachten hierin geen wezenlijke verandering. Economische groei, sociale emancipatie, burgelijke vrijheden en rechten speelden echter een toenemend grote rol. De vorming van de Zwitserse Kantons en de Republiek der Verenigde Nederlanden waren hier een eerste uitdrukking van. Verder werd in Europa de autoritaire structuur van kerk en staat niet wezenlijk aangetast. Conflict, oorlog en verovering waren de orde van de dag. Zij leidden tot de vorming van de Europese „Empires" met hun gigantische koloniale bezittingen. Onderdrukking en verstrengeling van belangen leidden uiteindelijk tot de Franse Revolutie. „Vrijheid, gelijkheid en broederschap" zou in de daarop volgende tijd nieuwe politieke systemen inspireren. De wetenschappelijke doorbraak van de 18e eeuw legde vervolgens het fundament voor kapitalisme en industriele revolutie met haar verregaande sociale ontworteling, de „wetenschappelijk" sociale bewegingen (liberalisme, socialisme, nationalisme) en de moderne parlementaire demokratie.

Vooruitgang is ontworteling

23. Europa’s belangrijkste „successen" liggen op het wereldse vlak. Hier werd het gemis aan het geworteld-zijn gecompenseerd. Teruggeworpen op het ego, kon de innerlijke drijfveer alleen nog maar eigenbelang zijn. Bezit, invloed en macht bepaalden de voortgang van de verdere geschiedenis. Steeds meer klassen en lagen van de bevolking eisten hun aandeel hierin op. De burgers eisten hun deel van de aristocratie, de arbeiders op hun beurt hun deel van de bourgeois. De burgelijke vrijheden, het socialisme, de middenklasse en de consumptiemaatschappij zijn alle het resultaat van de verdere (terechte) spreiding van macht, bezit en welstand. Ongetwijfeld een van de grote successen van de „secularisatie". Hetgeen niet zonder strijd en „offers" is geschied. Immers riepen de politiek-sociale ontwikkelingen op hun beurt ook weer vervreemding op. Denk aan de gevolgen van de sociale ontworteling van de industriele revolutie, de totalitaire systemen van de 20e eeuw en de recente technologische dominantie. De technocratie van de EU is echter een te smalle basis voor een Verenigd Europa. Als de spirituele, culturele en politieke integratie er niet snel op volgt, zal Europa zeker het slachtoffer worden van krachten van buitenaf. Nu we nog de kans hebben „ons" Europa (de oude samen met de nieuwe Europeanen!) optimaal vorm te geven - de eenheid in verscheidenheid - zodat alles wat er vervolgens gebeurt in ieder geval een context heeft zoals wij die wensen, mogen wij die kans niet voorbij laten gaan. Cruciaal is een voortdurende terugkoppeling tussen eenheid en verscheidenheid, dusdanig dat zij elkaar over en weer versterken. Zonder die eenheid op de verschillende niveau’s, zal het geheel uit elkaar vallen of slachtoffer worden van het religieuze, ethnische of WTK-fundamentalisme. Alleen een Europa gevestigd op hechte en levende fundamenten - Hemel en aarde - heeft de kans duurzaam te zijn.

24. Steeds wanneer het erop aankomt corrumpeert de mens zich aan bezit en macht. Religie blijkt het dan af te leggen tegen „de wereld". Zo werd het Christendom in feite door de staat geabsorbeerd en niet andersom. Het kenmerk van authentieke spiritualiteit is echter de innerlijke sprong naar Zijn met overeenkomstig loslaten van het hebben. Kom je namelijk in je Midden, verspringt je kleine ik - met zijn zelfgenoegzaamheid, eigenbelang, luxebehoeften, begeerten en verlangens - automatisch naar de periferie. Wil je dus weten hoe spiritueel (religieus) iemand is, vraag hem daarom hoe hij met zijn bezit omgaat. Alleen wanneer het Zijn dusdanige consequenties heeft voor het hebben, dat je leven op zijn kop wordt gezet, ben je een waarachtig mens. Zo vertelde mij een vriend vol innerlijke gloed dat „hij Jezus had gevonden". O zei ik: „heb je je huis al verkocht en je geld aan de armen gegeven?" Hij keek mij aan of hij het in Keulen hoorde donderen en zei toen: „ik volg Jezus op mijn manier". O zei ik: „doe jij dat zo". De New Age maakt er al helemaal niets van. Daar ben je met je ene helft „spiritueel", terwijl je met je andere helft gewoon je eigenbelang blijft najagen. Veelal staat het eerste daarbij ook nog in dienst van het tweede. Vandaar ons uitgangspunt: spiritualiteit als basis van de politiek en de politiek als basis van de economie. De enige hoop zijn diegenen, die door schade en schande „het Zijn als overwinnaar van het hebben" zelf ontdekken en de moed opbrengen dit in de daad om te zetten. Zonder mensen die zichtbaar het voortouw nemen, zo vrees ik, zal de ommekeer - door rampen bijvoorbeeld - van buitenaf afgedwongen worden.

25. De westerse cultuur is een tragische - en op zijn manier natuurlijk ook een „heroische" - ego-cultuur. Ontworteld-zijn en zelfverslaving zijn de keerzijden van dezelfde medaille. Pas nu de grenzen van ons natuurlijke milieu overschreden zijn, worden de gevolgen van de ego-expansie pas goed duidelijk. Uit de schade de aarde aangedaan, kunnen wij de schade onszelf aangedaan afmeten. Dit pijnlijke besef „te ver gegaan te zijn" brengt ons met schok weer tot onszelf. Vele tot dusver vanzelfsprekende vrijheden komen nu in een ander licht te staan. Onze lang gekoesterde vrijheid blijkt voor een belangrijk deel de „vrijheid" van het ego te zijn om te doen waar hij zin in had. Nergens aan gebonden te zijn lijkt (een tijd) heel opwindend. Geen verbondenheid kennen, leidt echter op den duur naar vertwijfeling, vereenzaming, angst, depressie en agressie. Het toenemende geweld is daarbij teken aan de wand. Een ding wordt duidelijk: hebben zonder Zijn, vrijheid zonder een zinvolle context (structuur) waaraan die vrijheid kan groeien, leidt nergens toe. Hebben we dat eenmaal goed beseft, is de zoektocht naar onze wortels begonnen.

De zin van van de individualisering is tot de bodem van je Zelf gaan,
om vandaaruit je leven opnieuw op te bouwen

26. De maatschappij als een systeem van collektieve verslaving kan alleen van binnenuit worden getransformeerd. Deze is immers de optelsom van onze individuele verslavingen. Wij zullen zelf de kracht moeten vinden in het doorbreken ervan. Iedereen ziet zich dus persoonlijk geconfronteerd met de noodzaak af te kicken. Het begint bij onszelf en breidt zich vervolgens uit in onze omgeving. De omgeving dient evenwel tegelijkertijd zo gestructureerd te worden, dat zij onze inspanningen maximaal ondersteunt. Daar onze wortels in onszelf en onze direkte omgeving gelegen zijn, wordt schaalverkleining een dringende noodzakelijkheid. Het zwaartepunt van politieke beslissingsbevoegdheid komt daardoor dicht bij huis te liggen. Omdat hedentendage ons directe overleven - van onszelf en onze kinderen - op het spel staat, dienen wij onze direkte belangen actief in eigen hand te nemen. De nationale overheid blijkt daarbij niet meer het geschikte instrument als het gaat om het dienen van onze meest primaire belangen. De basisdemokratie propageert daarom regionaal zelfbestuur.

27. Voor de gemiddelde politicus (en dat zijn de meeste) zal het enige moeite kosten te accepteren, dat de huidige wereldcrisis in essentie existentieel, spiritueel is. Dat gaat tegen zijn „gezonde" ego-instinkt. Dit instinkt laat hem echter in toenemende mate in de steek. Hoe kan het toch dat steeds minder mensen vertrouwen in de politiek hebben? De politiek is „uitgehold" zegt men. Mijn antwoord is, dat onze demokratie niet ver genoeg gaat, zij is niet consequent verder ontwikkeld. Demokratie is geen pasklaar model dat eeuwenlang ongewijzigd kan bestaan. Het probleem is, dat zij in ontwikkeling is blijven steken, vanaf het moment dat zij de politici bevredigde in hun behoefte aan persoonlijk machtsstreven en voordeel. Niemand die toen nog geinteresserd was de demokratie zů verder te ontwikkelen als zij verdient te zijn: de participatie van een ieder aan het maatschappelijke proces. De huidige „demokratie" is blijven steken in schijndemokratische spelregels en rituelen. De macht die nu slechts te vinden is binnen bepaalde (kleine) groepen bevoorrechten, dient dus verder gedelegeerd te worden. Verdere uitbreiding is nodig naar de basis (de wortels van onze maatschappij): de straat, de wijk, de gemeente, het bedrijf, de organisatie en de Regio. PartiŽle demokratie wordt totale demokratie. „Vrijheid in verbondenheid" is echter alleen mogelijk wanneer mensen zelf reŽle zeggenschap over hun eigen leefsituatie kunnen uitoefenen. Geen eigen verantwoordelijkheid zonder uitbreiding van zelfbeschikking en controle over de eigen leefsfeer. Zelfsoevereiniteit houdt in dat het zwaartepunt van macht en politieke beslissingsbevoegdheid bij de basis komt te liggen.

28. Met de Proclamatie is het visioen "geopenbaard". Het doel is een op spirituele waarden rustende Europese Unie: de Europese Unie der Autonome Regio’s (EU-AR). Zowel de Regio’s als de Unie komen niet alleen overeen met de beste Europese traditie, maar zijn ook een directe afspiegeling van „Hemel en aarde". Zoals bijvoorbeeld in het chinese universisme (Tao, micro- en macrokosmos) en bij de Maya's het geval was. Het gaat om een optimale balans tussen „eenheid en verscheidenheid": de mensen  stevig geworteld in de eigen streek, terwijl zij tegelijkertijd gedragen zijn door een gemeenschappelijke Uniegedachte. Regio en Unie hebben een positieve terugkoppeling naar elkaar. De eenheid bevordert de verscheidenheid en andersom. Een ijzersterke „formule" voor het Nieuwe Europa. Identificatie zal daarom heel natuurlijk blijken te zijn. Engels als Unietaal - met alle andere talen als gelijkberechtigde tweeden - is natuurlijk onvermijdelijk. Ook insluiting van het allochtone bevolkingsdeel zal hopelijk geen al te grote problemen geven, aangezien ook zij - in Nederland de Turken, Marokkanen, Antillianen, Surinamers en anderen, ieder op de eigen manier, ieder met behoud van eigen identiteit - verweven zijn met of beinvloed zijn door de Europese traditie. Alleen de Unie met zijn „eenheid in verscheidenheid" kan daarvoor garant staan. Een op zelf-organisatie gebaseerde multi-ethnische samenleving - iedereen recht op een eigen culturele identiteit - heeft een geheel eigen dynamiek, die alle betrokkenen ten gunste komt. Vooropgesteld dat gemeenschapsvorming het egoÔsme inderdaad weet te verdrijven, kan de aanwezigheid van andere culturen alleen maar als verrijking gevoeld worden. Onze basisdemokratie is daarbij een delegatiepyramide met machtsoverdracht van de basis „naar boven". In tegenstelling tot de huidige structuur, waar we een machtspyramide hebben met delegatie naar beneden. Aan de top van de pyramide staat dan ook slechts een symbolische ceremoniŽle figuur, de keizer.

Mensen zijn bang voor het onbekende, ook al betekent het hun redding en houden het bij het bekende ook al betekent het hun ondergang. Bedenk echter, dat een rups sterft om als vlinder herboren te worden

De Keizer(in)

29. Constantijn was de laatste keizer in wie de geestelijke en wereldse macht verenigd was. Hij en niet een bisschop zat bijvoorbeeld het Concilie van Nicea voor. In het machtsvacuum van het afbrokkelende Romeinse Rijk werden de twee machten echter gescheiden. De bisschop van Rome riep zichzelf uit tot geestelijk heerser over de wereld. De scheiding van kerk en staat was hiermee definitief. De ironie was echter, dat de inmiddels rijke kerk vervolgens ook wereldse macht naar zich toetrok. Het zou het begin zijn van een langdurige rivaliteit (investituur) over bevoegdheden en invloedsferen tussen keizer en paus. De scheiding van "geestelijk" en "wereldlijk" kwam overigens voort uit het dualisme - de dominante filosofie van India, PerziŽ, de Essenen, Mani, de Gnosis en het Christendom - tussen licht en duisternis, God en de wereld. Hetgeen aanvankelijk een verwerping van de wereld, later een aanvaarding van de wereld als een aparte dimensie tot gevolge had. De ogenschijnlijke voordelen: godsdienstvrijheid, geen staatsbemoeienis in gewetens- en geloofszaken verhulden de nadelen: de ongelimiteerde macht van de kerk over het religieuze leven naast de ontheiliging van de wereld. De existentiŽle schizofrenie, zo ingekankerd in onze maatschappij - zondags vroom naar de kerk en door de week weer gewoon je eigenbelang najagen - was hiermee geboren.

30. Door het axioma van "God als de geheel andere" en de absolute scheiding tussen Hem* en de wereld, werd de laatste geheel op zichzelf geworpen. Het was een dimensie die volgens zijn eigen wetten functioneerde, het domein van de wereldlijke macht, die geheel volgens eigen goeddunken regeerde, een geheel van "gesanctioneerde goddeloosheid". Hoe anders daarentegen het inzicht dat de wereld "het lichaam van God" is, een samenhangend geheel, dat - in plaats van ooit geschapen en vervolgens aan zijn lot wordt overgelaten - voortdurend terugkeert in de Oorsprong om van daaruit opnieuw geboren te worden. De wereld is daarmee onlosmakelijk ingebed in het Uiteindelijke. Dat houdt o.a. in, dat ook de mensengemeenschap direct "in God leeft" en daar een uitdrukking van is. De gemeenschap dient zichzelf dan ook zo te organiseren, dat het georienteerd is aan zijn Oorsprong, van wie het afhankelijk is, vandaar het concept van "de spirituele of natuurlijke sociale orde". Aangezien de gemeenschap een onderdeel is van het levensweb ingebed in het Uiteindelijke, heeft het een direct "hemels" mandaat. Spiritualiteit is de basis van de gemeenschap zonder dat daar een aparte "geestelijke macht" tegenover- cq bovenstaat. Daarom is niet de paus, maar de keizer, als uitdrukking van die "natuurlijke sociale orde", het symbool van de hereniging van het geestelijke en het wereldlijke, het uiteindelijke symbool van de Nieuwe Unie. In de christelijke tijd was dit niet mogelijk geweest, aangezien het Christendom de identificatie is met slechts ťťn bepaalde boodschap, bij uitsluiting van alle andere. Met de universele spiritualiteit van "Hemel en aarde", voor wie alle mensen zonder onderscheid in essentie gelijk zijn, gaat er echter een nieuwe wereld voor ons open.    

* Steeds wanneer het woord "God" gebruikt wordt, dient dit zo ruim mogelijk - als het Goddelijke, het Ultieme - te worden opgevat en niet in de zin, zoals het Christendom dit altijd heeft gehanteerd.

De grondslag van de Unie is een nieuwe humaniteit/spiritualiteit. Daardoor kunnen "kerk en staat" streng gescheiden blijven

31. Hoewel wij ons ervan bewust zijn, dat het in deze tijd onrealistisch is, "zou" aan de top van de Europese Unie der Autonomen Regionen (EU-AR) een "Europese keizer(in)" moeten staan. Een zulke persoon is het best geschikt om een spiritueel Europa te symboliseren. Laat ons hier een paar seconden visualiseren, hoe zo'n persoon - een Primus inter pares - eruit zou kunnen zien. Hij of zij1) - noodzakelijkerwijs een spiritueel volledig gerealiseerde - verenigt het geestelijke en het wereldse in ťťn persoon. Dit is geen terugval naar een historisch verleden, noch een poging tot restauratie van oude glorie, maar een noodzakelijke vernieuwing van een cultuur, die in verval verkeert. De sterke versnippering van Europa maakt een sterk eenheidssymbool noodzakelijk. Een president - zoals voorgesteld o.a. door Daniel Cohn-Bendit en nu officieel aangenomen is - is een nietszeggende kleurloze figuur - kijk naar de huidige EU commissarissen - en hiervoor niet geschikt. Zo'n functie ontbeert de "sacraliteit" en het charisma, die nodig zijn om alles bij elkaar te houden. In tegenstelling tot politieke machtsfiguren uit het verleden, heeft de Europese Primus bewust geen politieke macht („kleren"), noch heeft hij grote rijkdommen verzameld. Hij is een geheel nieuwe figuur, de beschermer van vrouwelijke waarden, van sociale gerechtigheid, de integriteit van de natuur, de souvereiniteit van de gemeenschap, dus van de Zijnsstructuur van de Unie. De zinvolle ordening - levensweb - van individuen, gezinnen, straten, wijken, gemeenten, provincies, Regio's en "het Rijk" is een afspiegeling van de Transcendentie ("makrokosmos is mikrokosmos"). Alles is met elkaar verweven in ťťn grote dynamische samenhang - niet het individu, maar de gemeenschap is dus de basis van het bestaan2) - het een kan niet zonder het ander. Spiritualiteit en ecologie komen hier bij elkaar3). De sociale organisatie is alleen dŠn optimaal, wanneer zij hiervan een afspiegeling is. Niet de kerk, maar de wereld - als natuurlijke socio-politieke orde - is dus het enig ware "mystieke lichaam" met de Primus als de hoeder ervan. De huidige „constitutionele monarchieŽn" en verwanten komen overigens voor bovenstaande functie niet in aanmerking. Zij hebben zich te lang met het bestaande systeem gecompromitteerd. Hoogstens - alleen wanneer het volk dit wil - kunnen zij in de nieuwe cultuur hun lokale symbool- resp. folklorefunctie behouden. Hetgeen o.a. wel inhoudt, dat zij zichzelf materieel moeten inbinden4). De Primus is daarentegen het lichtend voorbeeld. Op eenzame hoogte vertegenwoordigt hij het spirituele, morele en ethische ideaal, het rechtsgevoel van de gehele cultuur. Hij is „een volgende stap in evolutie", de projectie van ons ware Zelf - het Koninklijke in onszelf - die spirituele instantie, die in onze cultuur nooit kans gehad heeft zich te openbaren, samen met het (ethische) ideaal-ik, iets dat we sinds de introductie van het rauwe winstbejag in toenemende mate hadden verloren. Als (niet overerfbare!) „priester- koning" en vredesvorst verpersoonlijkt hij het ideaal van "eenheid in verscheidenheid", van een spiritueel, cultureel en moreel hoogstaand Europa. Hij ontleent zijn mandaat aan Hemel, aarde en de gemeenschap c.q. de Eeuwige Wijsheid5).

1) Overal waar "hij" staat, kan ook "zij" gelezen worden. De naam "keizer" kan uiteraard beter door een andere titel (bv Princeps, Prefect, Magister, Vredesvorst) vervangen worden. Wij geven de voorkeur aan "Primus".

2) Dit gaat lijnrecht in tegen de belangen van big buisiness, dat immers doelbewust en stelselmatig alle vormen van saamhorigheid afbreekt (Aan een gezin/groep van vijf leden verkoop je ťťn microwave, sofa, koelkast of auto, vijf singles zijn daarentegen goed voor het vijfvoudige: tel uit je winst!) om zo de mensen in de armen van het consumisme te drijven. Gemeenschap en kapitalisme zijn niet te verzoenen! PS. Uiteraard bestaat er een creatieve feedback tussen de gemeenschap en individuen, die het voortouw nemen.

3)Het Nieuwe "Sacrum Imperium" is zowel spiritueel ("vertikaal") als ecologisch ("horizontaal"). Alles: "mensen, dieren, planten, rotsen en wolken" zijn zinvol ingebed in Hemel en aarde, zij vormen een integrale levensgemeenschap.

4)In een wereldcrisis, waarin de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter wordt, verliezen de extreem rijke en systeembevestigende koningshuizen hun "samenbindende kracht".

5)In archaische tijden ontving de koning zijn (haar) mandaat uit handen van de "Grote Moeder" (Tammuz van Ischtar, Baal van Astarte etc. Aanvankelijk lag dezelfde idee aan de basis van het Tsarendom, hetgeen echter snel ontaardde). In het Oude Griekenland was Europa een godin, afgeleid van Demeter (Moeder Aarde) die op haar beurt afstamde van de Grote Moeder. Zij is vaak afgebeeld met de stier, die "de zoon/liefhebber" voorstelt. Hierdoor blijkt weer eens, dat ons continent Europa op matriarchale grondslag berust. Zie voor de "Oorspronkelijke Grote Moeder Traditie": www.originaltrad.faithweb.com

Mensen die Zelfsoeverein zijn willen soeverein
vertegenwoordigd worden

32. Aan de Primus worden dan ook hoge eisen gesteld. Bij voorkeur een Gerealiseerd persoon - een unieke (lege!) geest, een „levende Boeddha" - denk aan een Ashoka, een Arthur, een Jeanne d'Arc, een  Parcival of een Maitreya - een die zich niet met belangen van welke aard dan ook, behalve het belang van het Geheel, identificeert, ja dit Geheel Zelf heeft verwerkelijkt - is hij de voorbeeldfunctie voor een ieder, de „middelaar" tussen macro- en microkosmos, de eerste dienaar van „Hemel en aarde". Hij heeft het „Ben je Niets, ben je alles" gerealiseerd. Hij heeft daarom „alles lief als zichzelf". Zijn lichtende Midden reflecteert het koninklijke in een ieder, dat daardoor wordt geactualiseerd. Hij is niet voor niets het ultieme symbool van de Zelfsoevereiniteit. De competenties van Primus en paus (c.q. synode) worden hiermee duidelijk afgegrensd. De eerste vertegenwoordigt de universaliteit (spiritualiteit), de tweede een lokale godsdienst.    

33. Overigens, wanneer de Primus zijn plicht zou veronachtzamen, kan (moet) hij worden afgezet. Bovendien heeft de Primus om bovenstaande redenen uiteraard geen recht op opvolging door zijn familie. Hij wordt daarentegen, in navolging van bijvoorbeeld het vaticaans concilie (...) (op zijn beurt een copie van de romeinse senaat), steeds opnieuw door de Unieraad - de vergadering van Regioleiders - gekozen. Daarnaast heeft de Primus geen vaste domicilie, maar resideert hij voortdurend op verschillende plaatsen in Europa. De wetgevende, uitvoerende en coŲrdinerende functies van de Unie zijn in handen van de Unieraad (senaat), de vergadering van Regioleiders, de gekozen representanten van elke Regio. Deze rond negentig mensen kiezen bovendien het bestuurscollege dat het dagelijks bestuur op zich neemt, voor dat deel dat door de Regio’s aan de Unie is gedelegeerd. Het college is verantwoording schuldig aan de senaat.


EARU
European Union of Autonomous Regions

HOME

© 1999 Copyright by Han M. Stiekema
Last Update: 10/29/03